Pieter Webeling

Storytelling Associate, schrijver & interviewer

Ik ben al sinds jaar en dag verhalenverteller. Als journalist en interviewer ben ik getraind in het verzamelen en inventariseren van informatie en het snel herkennen van het hart van een verhaal — om dat vervolgens zo helder, zo krachtig en zo kernachtig mogelijk op te schrijven. Zeker op papier moet je precies en hard hitting zijn, want na een interview van vier uur blijft een tekst over die je in achttien minuten hardop voorleest.

Een roman is voor mij het hoogst haalbare voor de schrijvende mens. De verweving van verhaallijnen, het op spanning brengen van een compositie, adem geven aan personages, poëtische trefzekerheid in stijl — elke keer weer trek je een kathedraal op. Een romanschrijver heeft de absolute macht over een verhaal. Het is zijn wereld: hij creëert personages, bepaalt hun lot en beslist zelfs over leven en dood. Dat kan verder alleen God.
Schrijfster Renate Dorrestein zegt het zo: ‘Veel emoties wil je niet kennen: te pijnlijk, te confronterend. Maar dat durven we wel als we met een boek onder de lakens liggen. Via een personage, via een verhaal kun je jezelf onder ogen zien. We hoeven de geschetste werkelijkheid van de roman niet zelf te beleven, maar door het lot van de personages worden we toch uitgedaagd tot compassie — en zo kunnen we emotionele terreinen betreden die we anders gaarne links hadden laten liggen.’

Zorgen voor openheid, empathie, begrip. Vertrouwen winnen. Zo komen we weer op de essentie van wat elk goed verhaal kan doen: mensen in beweging brengen, mensen méénemen. In een wereldbeeld, een droom, een visie, een ambitie, een moreel dilemma, een wenkend perspectief.
Dát is het belang van een verhaal.